beeldmerk-vol-sibbe

Diensten

SIBBE Familierecht adviseert, medieert en procedeert over:

Echtscheiding

Jij en je partner gaan scheiden. In het geval van een huwelijk heb je hiervoor een rechter nodig die de echtscheiding tussen jullie beiden uitspreekt. De rechter zal dat doen op het moment waarop in een echtscheidingsprocedure wordt gesteld dat jullie huwelijk ‘duurzaam ontwricht' is. Nadat de rechter de echtscheiding heeft uitgesproken, dient deze te worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Je bent voor de wet namelijk pas gescheiden, zodra de ambtenaar van de burgerlijke stand voor deze inschrijving heeft zorg gedragen.

Een scheiding heeft tot gevolg dat alles wat je samen hebt opgebouwd moet worden “ontvlochten”. Afhankelijk van je situatie zullen er afspraken moeten worden gemaakt over de zorg voor de kinderen, de verdeling van de wettelijke gemeenschap van goederen, de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, de kinder- en/of partneralimentatie en het pensioen.

Verbreking samenleving

Als je samenwoont dan word je relatie niet van rechtswege beschermd. De wettelijke rechten en plichten voor gehuwden gelden dan namelijk niet. De financiële afwikkeling van de gevolgen van de scheiding zal voornamelijk bestaan uit het verdelen van de gemeenschappelijke bezittingen en schulden. Ook met eventuele vergoedingsrechten die gedurende de samenwoning zijn ontstaan, dient rekening te worden gehouden.

De financiële afwikkeling van de scheiding kan anders zijn als je een samenlevingsovereenkomst hebt. In een samenlevingsovereenkomst kun je afspraken hebben vastgelegd over bijvoorbeeld de verdeling van de kosten van de huishouding, het gebruik van de woning en inboedel bij scheiden, onderhoudsverplichtingen en/of pensioen. In een samenlevingsovereenkomst staat ook vaak opgenomen op welk moment de overeenkomst eindigt. Op dat moment zullen de gevolgen van de scheiding moeten worden afgewikkeld op de wijze zoals in de samenlevingsovereenkomst staat beschreven. Ook in dit geval zullen eventuele vergoedingsrechten in de financiële afwikkeling worden betrokken.

Beëindiging geregistreerd partnerschap

Jij en je partner gaan scheiden. Een geregistreerd partnerschap kan op verschillende manieren worden beëindigd. Enerzijds is het mogelijk om het geregistreerd partnerschap door de rechter te laten ontbinden. De rechter zal dat doen op het moment waarop in een ontbindingsprocedure wordt gesteld dat er sprake is van een ‘duurzaam ontwricht’ geregistreerd partnerschap. Anderzijds is het mogelijk om het geregistreerd partnerschap door de tussenkomst van een notaris of advocaat te laten beëindigen. Dat kan echter alleen met wederzijds goedvinden en als je niet gezamenlijk het gezag uitoefent over één of meerdere kinderen. In beide gevallen dient de ontbinding van het geregistreerd partnerschap te worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Je bent pas officieel voor de wet gescheiden, zodra de ambtenaar van de burgerlijke stand hiervoor heeft zorg gedragen.

De ontbinding van het geregistreerd partnerschap heeft tot gevolg dat alles wat je samen hebt opgebouwd moet worden “ontvlochten”. Afhankelijk van je situatie zullen er afspraken moeten worden gemaakt over de zorg voor de kinderen, de verdeling van de wettelijke gemeenschap van goederen, de afwikkeling van de partnerschapsvoorwaarden, de kinder- en/of partneralimentatie en het pensioen.

Wettelijke gemeenschap van goederen

Vanaf het moment waarop je trouwt zonder huwelijkse voorwaarden, bestaat er tussen jou en je echtgeno(o)t(e) van rechtswege een wettelijke gemeenschap van goederen.

Als je vóór 1 januari 2018 bent getrouwd, dan ben je gehuwd in een algehele gemeenschap van goederen. Deze gemeenschap omvat nagenoeg alle goederen en schulden van de echtgenoten die op het moment van huwelijkssluiting aanwezig zijn en/of gedurende het huwelijk zijn verkregen. Van de gemeenschap zijn onder meer uitgezonderd onder uitsluitingsclausule verkregen erfenissen en giften, pensioenrechten en verknochte goederen en schulden.

Ben je ná 1 januari 2018 getrouwd, dan ben je gehuwd in een beperkte gemeenschap van goederen. Tot de beperkte gemeenschap behoren de goederen en schulden die je voor het huwelijk al gezamenlijk had en de goederen en schulden die je tijdens het huwelijk afzonderlijk of gezamenlijk verkrijgt. Van de gemeenschap zijn onder meer uitgezonderd het voorhuwelijkse vermogen van ieder van jullie afzonderlijk, verkregen erfenissen en giften, pensioen en verknochte goederen en schulden. Indien een onderneming buiten de gemeenschap valt, komt ten bate van de gemeenschap een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid die de betreffende echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend, voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen.

Het vorenstaande maakt dat er bij een echtscheiding sprake kan zijn van drie verschillende vermogens, te weten het gemeenschappelijke vermogen, jouw privé vermogen en het privé vermogen van je echtgeno(o)t(e). Het gemeenschappelijke vermogen zal bij echtscheiding bij helfte moeten worden verdeeld. Een veelvuldig voorkomend probleem is echter dat deze drie vermogens tijdens het huwelijk zijn vermengd. Bij scheiding zullen deze vermogens moeten worden ontvlochten. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met eventuele vergoedingsrechten en de wijze waarop die in de financiële afwikkeling moeten worden betrokken (te weten conform de nominaliteitsleer of de beleggingsleer).

Huwelijkse voorwaarden

Je kunt bij huwelijkse voorwaarden afwijken van de regels die gelden voor de wettelijke gemeenschap van goederen en zelf bepalen welke bezittingen en schulden gemeenschappelijk zijn en welke tot het privé vermogen van de één, dan wel de ander behoren.

Zo kun je bijvoorbeeld met elkaar afspreken dat iedere gemeenschap van goederen tussen jou en je (aanstaande) echtgeno(o)t(e) wordt uitgesloten. Alle goederen en/of schulden die vòòr of tijdens het huwelijk door de één, danwel de ander zijn verkregen, blijven dan privé. Dit wordt ook wel ‘koude uitsluiting’ genoemd. Koude uitsluiting betekent overigens niet dat je tijdens het huwelijk geen gemeenschappelijk vermogen kunt hebben. Zo staat een koude uitsluiting een gemeenschappelijke aankoop of het aangaan van een gemeenschappelijke schuld voorafgaand en gedurende het huwelijk niet in de weg.

Anderzijds is het mogelijk om in de huwelijkse voorwaarden een zogenaamde beperkte gemeenschap van goederen overeen te komen. Dit houdt – kort samengevat – in dat je samen met je partner beslist welke privé goederen van de één, dan wel de ander vanaf het moment waarop het huwelijk voltrokken wordt gemeenschappelijk zullen zijn.

Ook in het geval je wilt trouwen in een algehele gemeenschap van goederen, zoals die bestond vòòr  1 januari 2018, moet je door de notaris huwelijkse voorwaarden laten opstellen. Als je voor dit huwelijksvermogensregime kiest, dan zijn alle bezittingen en schulden van jullie samen, met uitzondering van onder meer onder uitsluitingsclausule verkregen erfenissen en giften, pensioenrechten en verknochte goederen en schulden.

In menig huwelijkse voorwaarden is ook een zogenaamd periodiek verrekenbeding te vinden. Een periodiek verrekenbeding houdt – kort samengevat – in dat je de inkomsten die je niet aan de kosten van de huishouding hebt besteed periodiek met elkaar verrekent. Deze inkomsten worden ook wel de “overgespaarde inkomsten” genoemd. Vaak wordt tijdens het huwelijk geen uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding. De wet zegt dan dat er bij echtscheiding alsnog moet worden verrekend.

Als er in de huwelijkse voorwaarden een finaal verrekenbeding bij echtscheiding en/of overlijden is opgenomen, dan betekent dat (een deel van) het vermogen pas bij het einde van het huwelijk wordt verrekend. Vaak houdt een finaal verrekenbeding in dat echtgenoten bij echtscheiding en/of overlijden met elkaar zullen afrekenen alsof er sprake is van een gemeenschap van goederen.

Hiervoor zijn slechts de meest voorkomende afspraken in huwelijkse voorwaarden beschreven. In de praktijk zijn er meer voorbeelden te vinden waarop tijdens het huwelijk met het vermogen en het inkomen kan worden omgegaan. Ook kunnen in de huwelijkse voorwaarden afspraken worden vastgelegd over bijvoorbeeld de verdeling van de kosten van de huishouding en de wijze waarop bij een echtscheiding met het pensioen moet worden omgegaan.

Vaak steken problemen met huwelijkse voorwaarden pas op het moment van echtscheiding de kop op. Dan rijzen er bijvoorbeeld vragen over de uitleg van de huwelijkse voorwaarden, met andere woorden: wat hebben echtgenoten met een bepaalde regeling bedoeld? Volgens de Hoge Raad komt het dan niet alleen op een taalkundige uitleg aan, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de betreffende bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Voorts kan gedurende het huwelijk sprake zijn geweest van vermenging van privé vermogen van de één met dat van de ander of met het gemeenschappelijke vermogen. Ook met de vergoedingsrechten die hierdoor ontstaan en de wijze waarop die in de financiële afwikkeling moeten worden betrokken (te weten conform de nominaliteitsleer of de beleggingsleer), dient bij een scheiding rekening te worden gehouden.

Kinderalimentatie

Als ouder blijf je na de scheiding onderhoudsplichtig voor je kind(eren). Of er een bijdrage moet worden betaald, hangt af van jouw draagkracht en die van de andere ouder. In het geval van een jongmeerderjarige kunnen zijn/haar inkomsten bij het bepalen van onderhoudsbijdrage een rol spelen.

Voor het berekenen van kinderalimentatie zijn richtlijnen ontwikkeld. Deze richtlijnen dragen bij aan de voorspelbaarheid en rechtszekerheid van de rechtspraak in alimentatiezaken. Rechters en partijen kunnen echter in individuele zaken van deze richtlijnen afwijken.

Een eenmaal overeengekomen of door de rechter bepaalde kinderalimentatie kan worden gewijzigd als er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Deze wijziging moet tot gevolg hebben dat de alimentatieverplichting niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Als daarvan sprake is, kan de bijdrage in onderling overleg of door tussenkomst van de rechter worden gewijzigd.

De verplichting tot het betalen van kinderalimentatie heeft voorrang boven die van partneralimentatie.

Partneralimentatie

Als één van de echtgenoten na de scheiding niet in de kosten van zijn/haar levensonderhoud kan voorzien of geacht kan worden daarin te voorzien, dan maakt die echtgenoot aanspraak op partneralimentatie. Of de betreffende echtgenoot zijn/haar aanspraak kan verzilveren, hangt af van de draagkracht van de andere echtgenoot.

Voor het berekenen van partneralimentatie zijn richtlijnen ontwikkelen. Deze richtlijnen dragen bij aan de voorspelbaarheid en rechtszekerheid van de rechtspraak in alimentatiezaken. Rechters en partijen kunnen echter in individuele zaken van deze richtlijnen afwijken.

Een eenmaal overeengekomen of door de rechter bepaalde partneralimentatie kan worden gewijzigd als er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Deze wijziging moet tot gevolg hebben dat de alimentatieverplichting niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Als daarvan sprake is, kan de bijdrage in onderling overleg of door tussenkomst van de rechter worden gewijzigd.

Bij echtscheiding kun je met elkaar afspreken dat de overeengekomen alimentatiebijdrage (in bepaalde situaties) niet kan worden gewijzigd. Je sluit dan met elkaar een zogenoemd ‘niet-wijzigingsbeding’.

De alimentatieverplichting, althans de aanspraak op alimentatie eindigt op het moment waarop één van de ex-echtgenoten komt te overlijden of op het moment waarop de alimentatiegerechtigde gaat samenwonen met een ander als waren zij gehuwd.

Opstellen ouderschapsplan

Ben je getrouwd en heb je samen kinderen of woon je samen heb je samen kinderen waarover je samen het gezag hebt, dan ben je bij het uit elkaar gaan verplicht om een zogenoemd ouderschapsplan te maken.

Je kunt een ouderschapsplan zo uitgebreid mogelijk maken als je wilt. De wet bepaalt dat je in ieder geval afspraken met elkaar hebt te maken over de verdeling van de zorg en opvoeding van de kinderen (zorgregeling), de wijze waarop je elkaar informeert en raadpleegt over de belangrijke onderwerpen die de kinderen aangaan (informatie- en consultatieregeling) en hoe de kosten van de kinderen worden verdeeld (kinderalimentatie).

Naarmate kinderen ouder worden, kunnen hun behoeftes wijzigen. Ook kunnen jouw omstandigheden of die van je ex-partner veranderen. Dit kan gevolgen hebben voor het ouderschapsplan. Je kunt dan het ouderschapsplan in onderling overleg of onder de begeleiding van een mediator aanpassen. Kom je er samen niet uit, dan kun je jullie geschil aan de rechter voorleggen. De rechter zal dan een beslissing nemen die hij in het belang van jullie kind(eren) wenselijk acht.

Vaststellen of wijzigen van een zorg-/omgangsregeling

De zorgregeling is en de omgangsregeling kan een onderdeel van het ouderschapsplan zijn. Als je samen het ouderlijk gezag hebt, dan spreek je met elkaar een zorgregeling af. Dat is een regeling over hoe je de zorg- en opvoedingstaken voor jullie kind(eren) verdeeld. Als één ouder het gezag heeft, dan spreken de ouders een omgangsregeling af. De ouder die niet met het gezag belast is, is niet verantwoordelijk voor de zorg en de opvoeding van jullie kind(eren). Hij/zij heeft wel het recht om met jullie kind(eren) om te gaan.

Naarmate kinderen ouder worden, kunnen hun behoeftes wijzigen. Ook kunnen jouw omstandigheden of die van je ex-partner wijzigen. Dit kan gevolgen hebben voor het ouderschapsplan. Je kunt dan het ouderschapsplan in onderling overleg of onder begeleiding van een mediator aanpassen. Kom je er samen niet uit, dan kun je jullie geschil aan de rechter voorleggen. De rechter zal dan een beslissing nemen die hij in het belang van jullie kind(eren) wenselijk acht.

Overige gezagskwesties

Onder overige gezagskwesties worden onder andere verstaan kwesties op het gebied van:

  • het verkrijgen van gezamenlijk gezag
  • het verkrijgen eenhoofdig gezag
  • het verhuizen met kinderen
  • het wijzigen van het  hoofdverblijf
  • het vaststellen van een informatie- en/of consultatieregeling
  • vaccineren
  • school
  • sociale media
  • medische behandelingen

Voorlopige voorziening gedurende scheidingsprocedure

Als de uitkomst van een echtscheidingsprocedure niet kan worden afgewacht, kan de rechter gevraagd worden om een zogenoemde voorlopige voorziening te treffen. Zo kan de rechter bij beschikking voor de duur van de echtscheidingsprocedure - onder andere - bepalen:

  • wie van de echtgenoten in de echtelijke woning verblijft;

  • aan wie van de echtgenoten de kinderen worden toevertrouwd;

  • welke zorg- of omgangsregeling te gelden heeft;

  • of en zo ja, welk bedrag er voor de verzorging en opvoeding van de kinderen moet worden betaald;

  • of en zo ja, welk bedrag er aan partneralimentatie moet worden betaald.

Afstamming en adoptie

Afstamming gaat over de familierechtelijke betrekking tussen kinderen en hun ouders. Een familierechtelijke betrekking leidt tot rechten en plichten zoals gezag, omgang, onderhoudsplicht, naamrecht, erfrecht en nationaliteit.

De moeder uit wie het kind geboren wordt, is automatisch juridische ouder.

Vader van een kind is de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind geboren is, is gehuwd. Hij is juridisch vader ongeacht de vraag of hij de biologische vader van het betreffende kind is.

Ook moeder van een kind is - onder bepaalde voorwaarden - de vrouw die op het tijdstip van de geboorte van het kind gehuwd is met de vrouw uit wie het kind geboren is.

Indien juridisch ouderschap in de laatste twee genoemde situaties niet wenselijk is, dan kan het vader- c.q. moederschap worden ontkend door het indienen bij de rechter van een verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning.

Als er geen sprake van een huwelijk is, dan zal de vader of duomoeder het kind moeten erkennen om juridisch ouder te zijn. Daarvoor is - onder andere - nodig dat de moeder uit wie het kind geboren is toestemming verleent. Als zij geen toestemming verleent, dan kan de rechter - op verzoek - vervangende toestemming verlenen. In het geval de vader of duomoeder het kind niet wil erkennen, dan kan de rechter - op verzoek - het vader-/ouderschap gerechtelijk vaststellen. Een eenmaal gedane erkenning kan door de rechter worden vernietigd op de grond dat de erkenner niet de biologische vader/moeder van het kind is.

Ook is vader/moeder de man/vrouw die het kind heeft geadopteerd. Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechter als aan de in de wet daarvoor gestelde voorwaarden is voldaan.

Naamswijziging

Een verzoek tot het wijzigen van een voornaam dient bij de rechtbank te worden ingediend. De rechter zal dan beoordelen of je voldoende zwaarwegend belang hebt bij het wijzigen van je voornaam of dat van je kind. De rechter zal daarbij een afweging maken tussen het belang dat je hebt om de voornaam te wijzigen tegen het maatschappelijke belang dat is gediend bij een consistente naamsvoering. Voorts zal de rechter beoordelen of de gewenste toe te voegen voornamen geoorloofd zijn.

Een verzoek tot het wijzigen van een achternaam dient bij Justis te worden ingediend. Justis beslist namens de minister van Rechtsbescherming of aan de voorwaarden tot het wijzigen van een achternaam wordt voldaan. Je hebt voor deze procedure geen advocaat nodig. Desgewenst kan ik wel met je mee kijken of je aan de strikte voorwaarden die voor het wijzigen van een achternaam voldoet. Lees meer over het wijzigen van een achternaam op de website van Justis : https://www.justis.nl/producten/naamswijziging/index.aspx

Overige zaken op grond van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

Hierbij kan gedacht worden aan:

  • Curatele
  • Bewindvoering
  • Mentorschap
  • Transseksualiteit / Geslachtsverandering
  • Vernietiging van door echtgenoot onbevoegd verrichte rechtshandelingen (1:81 BW).