beeldmerk-vol-sibbe

Duimpje omhoog of duimpje omlaag? Ouders die foto’s en/of vlogs van hun kind op social media plaatsen.

Veel ouders worstelen vandaag de dag met het sociale media gebruik van hun kind. Maar er zijn in deze tijd ook veel ouders die worstelen met het sociale media gebruik van de andere ouder. Het komt geregeld voor dat een ouder foto’s of vlogs van de kroost via sociale media deelt met de rest van de wereld. Er zijn zelfs ouders die daarmee hun geld verdienen. Het overleg tussen ouders hierover gaat vaak goed, zo lang zij bij elkaar zijn. Bij of na scheiding ontstaat er echter vaak discussie over de vraag of het nog wel zo wenselijk is om zo veel persoonlijke details over het leven van de kroost met anderen te delen…

Gezagskwestie

Als ouders gezamenlijk het gezag over hun kind hebben, is dit bij uitstek een kwestie waarover de ouder samen dienen te beslissen. Lukt dat niet, dan is sprake van een gezagsgeschil, zoals bedoeld in artikel 1:253a BW. Zo’n geschil kan aan de rechter worden voorgelegd. Die zal dan toetsen of het plaatsen van foto’s en/of vlogs op sociale media in het belang van het betrokken kind is.

Jurisprudentie

Rechters hebben zich de afgelopen jaren geregeld gebogen over de vraag of het delen van foto’s en/of vlogs op sociale media in het belang van het kind is. Ter illustratie een aantal voorbeelden.

De Rechtbank Gelderland wees op 31 mei 2018[1] het verzoek van moeder om te bepalen dat 1) vader geen foto’s en/of filmpjes van hun kind op sociale media mag plaatsen en 2) dat vader de foto’s en/of filmpjes van het kind die hij al op Facebook had geplaatst dient te verwijderen, toe. Moeder stelde dat de foto’s door plaatsing eigendom van Facebook worden. Hierdoor bestaat de kans dat de foto’s aan derden worden verkocht. Volgens de vader had hij slechts één foto van het kind op Facebook geplaatst, die zichtbaar was voor iedereen. De rechter overwoog dat het kind van partijen (1 jaar) geen enkel (positief) belang had bij het plaatsen van foto’s van haar op Facebook. Het belang van de vader om aan anderen te kunnen laten zien dat hij een trotse vader is en dat het kind bij hem is, kan – volgens de rechter – ook op andere manieren worden gediend. Hoewel de rechter vader verbood om nog langer foto’s en/of filmpjes van het kind van partijen op Facebook te plaatsen, achtte hij het niet in het belang van het kind om een verbod voor onbepaalde tijd op te leggen. Enerzijds vanwege het feit dat de maatschappelijke opvattingen en regelgeving over privacy en het gebruik van en het delen op social media volop in ontwikkeling zijn. Anderzijds omdat het kind op enig moment de leeftijd bereikt waarop zij wel in staat is om over dit onderwerp zelf gedachten te vormen en – vooral – weet zou kunnen gaan krijgen van reacties van anderen op van haar geplaatste beelden. Op een dergelijk moment zou er voor het kind mogelijk wél een (positief) belang kunnen zijn bij het plaatsen van beelden van haar op sociale media door haar ouders. De rechter bepaalde dan ook dat het verbod geldt tot het moment waarop het kind van partijen vijf jaar oud wordt.

In een zaak die op 1 oktober 2018 aan de rechtbank Den Haag[2] voorlag, betoogde de vader dat het plaatsen van vlog’s door moeder op sociale media in strijd is met het recht op privacy en de belangen van hun kinderen. Vader was bang dat de foto’s en filmpjes, alsmede de mededelingen over de kinderen online rond zouden gaan zwerven en dat deze uitingen object zouden kunnen worden van pedofilie of pestgedrag. De vader wenste de kinderen hiertegen te beschermen. De moeder vond dat in de huidige maatschappij waarbij een groot gedeelte van de wereld opgroeit met sociale media en waarin via de sociale media veel educatie wordt gegeven, waaraan de moeder probeerde bij te dragen, er niet van haar mag worden geëist dat zij geen foto’s en/of video’s meer plaatst waarin de kinderen zichtbaar en/of hoorbaar zijn. De moeder wilde, als buitenlandse moeder die in Nederland woonachtig is, aan haar volgers laten zien hoe de Nederlandse cultuur is en dan met name ten aanzien van de opvoeding van kinderen. De kinderen van partijen waren vanaf hun geboorte opgegroeid met een camera om zich heen. Volgens de moeder heeft het plaatsen van de video’s en foto’s op internet voor de kinderen nimmer nadelige gevolgen gehad. De rechtbank overwoog dat het in beeld brengen van het dagelijks leven van de kinderen op het internet middels foto’s en video’s de privacy van de kinderen in het geding brengt. De moeder heeft – naar het oordeel van de rechter – onvoldoende bestreden dat het door de vader gevreesde risico op pestgedrag en nadelige gevolgen voor het later functioneren in het sociaal maatschappelijk verkeer, en in mindere mate objectivering voor pedofielen, zich voor zal doen. Dat de kinderen, volgens de moeder, geen hinder ondervinden van de inbreuk op hun privacy doet daar niet aan af. Gelet op de leeftijd van de kinderen (2 en 4 jaar) gaat de rechtbank ervan uit dat hun begripsvermogen en leefomgeving nog niet zodanig zijn dat zij al bewust blootgesteld hebben kunnen worden aan tot vlogs te herleiden pestgedrag. Dat zal in de toekomst wel het geval kunnen zijn. Aan de financiële belangen die de moeder bij het plaatsen van de foto’s en vlogs heeft, hecht de rechtbank geen belang. De rechtbank gebiedt de moeder dan ook om 1) de foto’s en vlogs waarin de kinderen (deels) zichtbaar in beeld worden gebracht en/of de stemmen van de kinderen te horen te zijn, alsmede mededelingen betreffende de kinderen van alle sociale media te verwijderen en deze verwijderd te houden, 2) zich te onthouden van het plaatsen van nieuwe foto’s, vlogs en/of mededelingen. Wel staat de rechter moeder toe om foto’s, vlogs en mededelingen over de kinderen te plaatsen op haar persoonlijke internetpagina’s, waaronder Facebookpagina’s, zolang de toegang daartoe is beperkt tot 250 voor de moeder bekende en geautoriseerde bezoekers. Houdt moeder zich hier niet aan, dan verbeurt zij aan de vader een dwangsom.

Tot slot nog een voorbeeld dat gaat over een vader zonder gezag die foto’s op sociale media plaatste.  Vader vond dat hij de vrijheid moest hebben om af en toe foto’s van het kind van partijen op afgeschermde Facebookpagina’s te plaatsen. Moeder had daar bezwaar tegen. Volgens haar is het bijna onmogelijk een op internet geplaatste foto weer te verwijderen, omdat je er dan de controle kwijt raakt. Wat haar betreft maakt vader een plakboek met foto’s van het kind van partijen of neemt hij foto’s met zijn telefoon en laat hij die aan anderen zien. Hoewel de rechter van de rechtbank Overijssel[3] oog had voor het standpunt van de vader, is hij van oordeel dat vader van het plaatsen van foto’s van het kind van partijen op sociale media moet afzien. De rechtbank verwees daarvoor naar de principiële bezwaren van de moeder, die belast is met het eenhoofdig gezag, en naar het feit dat er voldoende alternatieven beschikbaar zijn om aan het belang van vader toe te komen.

Wat is raadzaam?

Ouders hebben bij scheiding met elkaar afspraken te maken over de zorg voor en opvoeding van hun kinderen. Het is raadzaam om het dan ook te hebben over de vraag hoe met sociale media om te gaan. Sommige ouders zijn het hierover snel met elkaar eens. In andere gevallen lopen de meningen hierover uiteen. Dan is het goed dat er wordt gesproken over 1) de functie van het plaatsen van de foto’s en/of video’s, 2) de vraag of het kind er belang bij heeft en 3) de vraag of het kind het zelf wil. Vervolgens zou kunnen worden gesproken over onder meer 1) de vraag op welke sociale media foto’s en/of video’s mogen worden geplaatst, 2) de wijze waarop het kind in beeld mag worden gebracht en 3) hoe om te gaan met negatieve opmerkingen bij eenmaal geposte foto’s en/of video’s. Het is verstandig om eenmaal gemaakte afspraken goed vast te leggen, bij voorkeur in het ouderschapsplan. Komen ouders er niet met elkaar uit, dan kunnen zij hun geschil aan de rechter voorleggen. Uit het bovenstaande moge blijken, welke ouder dan waarschijnlijk aan het kortste eind trekt.

[1] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2737.

[2] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:13105.

[3] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:3924.

Februari 2019

Scroll to Top